Een mini-special over een
rekenstoornis.
© De Paedwizer

DYSCALCULIE:
"Ik vind alles moeilijk aan rekenen".
Vooraf:
Vroeger werden kinderen die veel problemen met rekenen hadden dom genoemd.
Tegenwoordig weet men wel beter. Veel van deze kinderen zijn wel degelijk slim,
maar ze hebben een aangeboren en hardnekkige complexe
rekenstoornis.
Maar.......
er kunnen ook andere factoren meespelen.
- Zo is het bijvoorbeeld voor een taalzwak kind een hele opgave de tafels
van buiten te leren .
- Of ze slaan in de zogenaamde "verhaaltjessommen" een zin of
woord over, waardoor ze de som niet begrijpen en hem dus fout maken.
- Ook kan het geheugen een rol
spelen; het lange termijngeheugen is goed, maar het korte termijn- of
werkgeheugen niet, en/of de capaciteiten zijn beperkt.
Dyscalculie is een stoornis met een neurologische
achtergrond.
Het heeft dus niets met intelligentie, motivatie of een gebrek aan concentratie
te maken.
Wat opvalt . . . . .
is de hardnekkigheid van de fouten. Je doet 't voor en legt 't uit. Ze snappen
het, maar een week later weten ze 't niet meer. Door dit zwakke werkgeheugen
hebben ze moeite met automatiseren.
Ook hebben ze moeite met ruimtelijke oriëntatie, bijv. getallen op een "blinde"
getallenlijn plaatsen.
Het probleem openbaart zich vaak het duidelijkst in groep 6 of 7, want dan wordt
er een hoop nieuwe rekenstof aangeboden: breuken, procenten, decimalen, metriek
stelsel.
Naarmate een kind intelligenter is, neemt het aantal
zelfbedachte trucjes toe.
Waaraan herken je dyscalculie?
- Problemen met optellen en (vooral) aftrekken.
- Moeite met relaties leggen tussen geschreven en gesproken getallen
(bijv. 24 wordt 42, omdat daarbij de 4 't eerst wordt uitgesproken.
- Weinig inzicht in de sommen.
- Moeite met oplossingen die veel tussenbewerkingen (tussenstapjes)
vragen.
- Gebruiken vaak tijdrovende strategieën
- Vaak een hekel aan rekenen.
Wat kan school doen?
- Veel laten werken met concreet materiaal en te visualiseren.
- Een duidelijke en eenduidige oplossingsstrategie.
- Gebruik laten maken van hulpmiddelen: tafelkaart, breukenlijn,
honderdveld e.d.
Wat kunnen ouders doen?
- Op een speelse manier reken-begrippen bijbrengen, met bijv.: puzzelen,
spelletjes met dobbelstenen.
- Ook zijn er geschikte computerspelletjes: tangram, rummikub, tekeningen
vergroten of verkleinen op ruitjespapier.
- Spelen met lego of ander constructiemateriaal.
- Belangstelling tonen voor het rekenwerk van hun kind. Niet op een
tobberige manier, maar met aandacht en positieve feedback.
- Maak er geen drama van en ga niet overmatig (zonder inzicht) trainen.
Blijf vooral zien wat een kind wel kan.
- Heeft een kind problemen met geldsommen, laat 'm dan regelmatig een
boodschap doen, om praktijk-ervaring op te doen.
- Geef in de keuken eens een maatbeker om begrip te krijgen van liters en
grammen.
- Overleg met de onderwijsgevende: Het rekenonderwijs moet volgens één
lijn gebeuren, anders ziet het kind door de bomen het bos niet meer.
N.B.
Kinderen met last van dyscalculie zijn met de huidige moderne rekenmethoden een
beetje in het nadeel. Vroeger moesten kinderen eindeloos lange kale
rijtjessommen maken. Tegenwoordig staat het realistisch rekenen centraal. De
kinderen krijgen een herkenbare context aangeboden die aansluit bij hun leef- en
belevingswereld. Het gaat dan soms meer om de oplossingsstrategie dan om het
uiteindelijke
antwoord. Er zijn bij verschillende sommen ook niet één oplossing mogelijk,
maar meerdere.
Voor kinderen met dyscalculie maakt de onderwijsgevende daarom vaak een
persoonlijk handelingsplan, met een duidelijke gestructureerde aanpak. Ze kunnen
dan één heldere oplossingsmanier leren. Verschillende strategieën door elkaar
kunnen ze immers niet hanteren.
© De Paedwizer