Een mini-special over een rekenstoornis.
© De Paedwizer



DYSCALCULIE:
"Ik vind alles moeilijk aan rekenen".

Vooraf:
Vroeger werden kinderen die veel problemen met rekenen hadden dom genoemd. Tegenwoordig weet men wel beter. Veel van deze kinderen zijn wel degelijk slim, maar ze hebben een aangeboren en hardnekkige complexe
rekenstoornis.

Maar.......
er kunnen ook andere factoren meespelen.

Dyscalculie is een stoornis met een neurologische achtergrond.
Het heeft dus niets met intelligentie, motivatie of een gebrek aan concentratie te maken.


Wat opvalt . . . . .
is de hardnekkigheid van de fouten. Je doet 't voor en legt 't uit. Ze snappen het, maar een week later weten ze 't niet meer. Door dit zwakke werkgeheugen hebben ze moeite met automatiseren.
Ook hebben ze moeite met ruimtelijke oriëntatie, bijv. getallen op een "blinde" getallenlijn plaatsen.


Het probleem openbaart zich vaak het duidelijkst in groep 6 of 7, want dan wordt er een hoop nieuwe rekenstof aangeboden: breuken, procenten, decimalen, metriek stelsel.

Naarmate een kind intelligenter is, neemt het aantal zelfbedachte trucjes toe.

Waaraan herken je dyscalculie?

Wat kan school doen?

Wat kunnen ouders doen?

N.B.
Kinderen met last van dyscalculie zijn met de huidige moderne rekenmethoden een beetje in het nadeel. Vroeger moesten kinderen eindeloos lange kale rijtjessommen maken. Tegenwoordig staat het realistisch rekenen centraal. De kinderen krijgen een herkenbare context aangeboden die aansluit bij hun leef- en belevingswereld. Het gaat dan soms meer om de oplossingsstrategie dan om het uiteindelijke
antwoord. Er zijn bij verschillende sommen ook niet één oplossing mogelijk, maar meerdere.

Voor kinderen met dyscalculie maakt de onderwijsgevende daarom vaak een persoonlijk handelingsplan, met een duidelijke gestructureerde aanpak. Ze kunnen dan één heldere oplossingsmanier leren. Verschillende strategieën door elkaar kunnen ze immers niet hanteren.


© De Paedwizer